Randapparatuur storingen oplossen op Steam


Hier zijn algemene oplossingen als u problemen ondervindt met knoppen die niet goed werken of als randapparatuur niet wordt gedetecteerd in Microsoft Flight Simulator op Steam.

Schakel de Steam Input-configuratie uit.

zet configuratie uit

Dit kan gebeuren als je ook andere Steam-invoerapparaten op Steam hebt ingeschakeld. De kortste weg zie je in de afbeelding hierboven.
Kies met rechtermuis Microsoft Flight Simulator – Eigenschappen en selecteer daarna Geforceerd uit.


  1. Klik in Steam op de  knop Big Picture Mode in de rechterbovenhoek
  2. Klik op de knop Bibliotheek en dan op Spellen
  3. Selecteer Microsoft Flight Simulator
  4. Klik op de knop Spel beheren  in de linker kolom onder Je Spel
  5. Klik op de knop Controller-opties onder Steam Input
  6. Klik op de vervolgkeuzelijst Steam Input Per-game
  7. Selecteer Geforceerd uit en sluit met OK
  8. Start  Microsoft Flight Simulator  om te bevestigen dat uw controller wordt herkend
  9. Wanneer moet u de controller aansluiten?

Sluit het randapparaat aan voordat u Microsoft Flight Simulator start. Sluit hem niet aan terwijl de sim aan het opstarten is, aangezien dit tot problemen kan leiden.


Koppel andere apparaten los
Koppel alle andere USB-apparaten los van de pc voordat je het spel start. Sommige USB-apparaten kunnen ten onrechte als controller worden herkend.


De stuurprogramma’s opnieuw installeren
Volg deze stappen om de stuurprogramma’s opnieuw te installeren:

  1. Klik met de rechtermuisknop op de Windows-startknop
  2. Selecteer Apparaatbeheer
  3. Zoek uw controller in de apparatenlijst
  4. Klik met de rechtermuisknop op de controller en selecteer Apparaat verwijderen
  5. Start de pc opnieuw op terwijl de controller is aangesloten
  6. De stuurprogramma’s worden automatisch opnieuw geïnstalleerd

GRAPHICS


De basis instellingen

Op de pagina GENERAL keuze GRAPHICS vind je de instellingen voor de grafische kaart en de keuze van de beeldscherm modus. De sim blijkt als referentiepunt voor optimale prestatie ontworpen te zijn voor een WINDOWED beeldscherm modus en een resolutie van 1920 x 1080. Bij de volgende beschrijving van de instellingen gaan we daarom uit van deze situatie.


DISPLAY MODE
Hier selecteer je display modus voor de sim. Je hebt de keuze uit [1] WINDOWED modus of [2] FULL SCREEN. In de stand FULL SCREEN en een gewijzigde FULL SCREEN RESOLUTION waarde geeft dat aanleiding om het aantal frame rates te zien teruglopen. (Zet bij DEVELOPERS de stand op ON).
In Windowed mode kan je het venster aanpassen en snel andere applicaties op de hoofd monitor bereiken. In de stand Full Screen is de muis niet monitor gebonden en kan je dus met de muis alle schermen bereiken.


FULL SCREEN RESOLUTION
Hier kies je de juiste resolutie voor jouw display.


HDR10
Is grijs en niet instelbaar


GLOBAL RENDERING QUALITY
Kies uit een reeks Default waarden”| LOW-END | MEDIUM | HIGH END | ULTRA |. Klik even door deze 4 standen heen en kijk dan onder de streep naar de ADVANCED SETTINGS hoe die veranderen. In zijn algemeenheid geldt dat bij gekozen hogere instellingen er een zwaardere belasting optreedt. Bedenk wel dat hogere instellingen op laag gespecificeerde machines een stevige impact zullen hebben op grafische laadtijden van de sim. Het instellen van de Global Rendering Quality is de makkelijkste manier om te bemerken waar de winst zit. Van ULTRA naar HIGH kan je een verbetering verwachten van 20% en van HIGH naar MEDIUM en nog lager naar LOW-END is de verbetering tussen de 30% en 40%.

De test:

[1] Ga naar OPTIONS | GENERAL en zet eerst de DEVELOPERS modus aan. Je krijgt aan de rechterzijde van je beeldscherm een FPS teller.
[2] Zet de DISPLAY MODE op WINDOWED.
[3] Zet de FULL SCREEN RESOLUTION op 1920 x 1080 ( referentie instelling).
[4] Zet de GLOBAL RENDERING QUALITY op ULTRA
[5] Zet V-SYNC op OFF (deze test kan je straks herhalen met V-SYNC =ON).
[6] Druk op F11 om de instellingen op te slaan en noteer de FPS waarde.
[7] Zet de GLOBAL RENDERING QUALITY op HIGH-END; druk op F11 en noteer de waarde.
[8] Zet de GLOBAL RENDERING QUALITY op MEDIUM; druk op F11 en noteer de waarde.
[9] Zet de GLOBAL RENDERING QUALITY op LOW-END; druk op F11 en noteer de waarde.

Om een vloeiende weergave te krijgen van de scenery moet je minstens 20 – 30 fps kunnen halen met je sim. Dus uitgaande van de gegevens in de kolom HIGH-END kan je ervan uitgaan dat je boven de 30 fps blijft. Wil je toch een beter LEVEL OF DETAIL, dan zullen de instellingen van TERRAIN en OBJECTS gewijzigd kunnen worden. Zet beiden op 200 en bekijk het resultaat per rendering. De ingestelde naam veranderd naar CUSTOM.

V-SYNCULTRAHIGH-ENDMEDIUMLOW-END
OFF27 FPS37 FPS49 FPS74 FPS
ON26 FPS38 FPS48 FPS60 FPS
OFF
LOD=200
27 FPS34 FPS42 FPS50 FPS
CPU: INTEL i7-8700 (4,3GHz) – 2×16 GB RAM DDR4-2132 (3000 MHz)
MOBO: MSI Z370
GPU: RADEON RX580 -8GB DDR5

ADVANCED SETTINGS

V-SYNC
V-sync staat default aan en kan je dus alleen uitzetten. V-sync werkt alleen met een monitor die een ‘adaptive sync’ functie heeft op HDMI/Display port 1.2. Verbeteringen met V-SYNC=ON zijn alleen zichtbaar tussen de 40 en 60 fps.
Gebruik dus V-SYNC alleen als je een display hebt die voorzien is van adaptive sync, anders heeft deze instelling geen zin en kan je die beter op OFF zetten.
De volgende instelling: FRAME RATE LIMIT werkt alleen als V-SYNC aan staat EN je display adaptive sync eigenschappen bevat.


FRAME RATE LIMIT
Je hebt hier de keuze uit 20-30-60 FPS. De controle: zet V-SYNC aan, limiteer de frame rate tot 20 en bewaar de instellingen met F11. Kijk naar de ingestelde frame rate met DEVELOPERS=ON. Wat zie je? Doe dat ook voor 30 en 60 FPS. Advies: 30 FPS
Bij 60 FPS duurt 1 frame 1/60 seconde = 16,7 ms. In die 1/60e seconde wordt de inhoud van de display in een keer ververst met de inhoud van het grafische geheugen. Bij een resolutie van 3440 x 1440 zijn er dus 4.953.600 pixels te vullen. Bij een resolutie van 1920 x 1080 zijn dat er 2.073.600 pixels. Los van de inhoud die in de pixels aanwezig zijn, is het duidelijk dat met een hogere/lagere frame rate en een juiste schermresolutie de videokaart meer/minder zijn best moet doen.
En nog maar eens in de herhaling: bij flightsimulation is het niet de bedoeling om zoveel mogelijk frames er door te pompen, maar een ‘smooth’ presentatie te zien van de scenery. Dat bereik je dus door de juiste combinatie van instellingen. Lees dit artikel op onze website nog maar eens een keer na.


RENDER SCALING
Schaalt de resolutie van de 3D-scènerey weergave. De gebruikersinterface wordt niet beïnvloed door deze parameter. Lagere schaalvergroting verbetert de prestaties; hogere scaling verbetert de kwaliteit.
Het wordt aanbevolen om de Temporal Anti Aliasing-techniek (TAA) te gebruiken wanneer deze lager is dan 100% om de beste upsampling-kwaliteit te krijgen. Als u meer dan 100% gebruikt, wordt de weergave super gesampled (SSAA).


ANTI-ALIASING
Maakt anti-aliasing mogelijk en kiest uit verschillende soorten AA.
FXAA (Fast approximate Anti-Aliasing): biedt anti-aliasing van mindere kwaliteit, maar vereist geen grote hoeveelheid rekenkracht.
DLAA (Directionally Localized Anti-Aliasing: biedt anti-aliasing van gemiddelde kwaliteit, maar vereist meer rekenkracht.
TAA (Temporal Anti-Aliasing): biedt de hoogste kwaliteit tegen de hoogste belasting.
In diverse computerprogramma’s (met name grafische applicaties en spellen) wordt anti-aliasing gebruikt om het zogenaamde karteleffect, dat voorkomt bij het tekenen van figuren en tekst op het computerscherm, te verminderen. Een schuin getekende lijn of ander afgerond figuur op een computerscherm wordt afgebeeld met vierkante pixels. De oplossing is om de pixels rond de rand van een afgerond figuur een kleur te geven die een -naar de positie gewogen- gemiddelde is van de kleur van het figuur en de achtergrondkleur, waardoor het karteleffect minder opvalt.


Bij de volgende instellingen lees je voor ***:
Hogere waarden verbeteren de visuele kwaliteit, maar kunnen de prestaties beïnvloeden.


TERRAIN LEVEL OF DETAIL***
Past de visuele kwaliteit van het terrein aan.

TERRAIN VECTOR DATA
Deze instelling past de kwaliteit van de terrein vectorgegevens aan en dit beïnvloedt oceanen, meren, rivieren en wegen.

BUILDINGS***
Past de visuele kwaliteit van procedureel gegenereerde gebouwen aan.

TREES***
Past de visuele kwaliteit van bomen aan. Het veranderen van deze instelling naar medium geft een kleine prestatieverbetering en weinig tot geen visuele veranderingen.

GRASS AND BUSHES***
Past de visuele kwaliteit van gras en struiken aan.

OBJECTS LEVEL OF DETAILS***
Past het detailniveau aan voor andere objecten.

VOLUMETRIC CLOUDS***
Pas de kwaliteit van wolken aan.

TEXTURE RESOLUTION***
Pas de kwaliteit van texturen aan.

ANISOTROPIC FILTERING***
Pas de kwaliteit van de anisotrope textuur filtering aan.

TEXTURE SUPERSAMPLING***
Past de kwaliteit aan van supersampling van belangrijke materialen, zoals vloermarkeringen.

TEXTURE SYNTHESIS***
Past de kwaliteit van gesynthetiseerde texturen aan.

WATER WAVES***
Past het resolutieniveau van golfsimulatie aan.

SHADOW MAP***
Past de resolutie van de kaart schaduw aan.

TERRAIN SHADOWS***
Past de resolutie van terreinschaduwen op lange afstand aan.

CONTACT SHADOWS***
Past de kwaliteit van precieze schermruimte-schaduwen aan.

WINDSHIELD EFFECTS***
Past de kwaliteit van regeneffecten en reflecties op de voorruit aan.

AMBIENT OCCLUSION***
Past de kwaliteit van omgevings-occlusieschaduwen aan.
De occlusie schaduw is de donkerste schaduw in een object. Dit is het best gesimuleerd wanneer de richting van de lichtbron niet duidelijk is.

REFLECTIONS***
Past de kwaliteit van reflecties aan.

LIGHT SHAFTS***
Past de kwaliteit van licht kolommen aan.

BLOOM***
Kies of u de lichtboei met helder licht wilt inschakelen.
Bloom (ook wel lichtbloei of gloed genoemd) is een grafisch computereffect dat wordt gebruikt in videogames en High Dynamic Range Rendering (HDRR) om een beeldartefact van echte camera’s te reproduceren. Het effect produceert lichtranden (of veren) die zich uitstrekken vanaf de randen van heldere gebieden in een afbeelding, wat bijdraagt aan de illusie dat een extreem helder licht de camera of het oog die de scène vastlegt, overweldigt.

DEPTH OF FIELD***
Deze instelling zal bepalen hoe ver de sim zal renderen en met welke scherpte dit zichtbaar is.

LENS CORRECTION
Kies of u de vervormingscorrectie van de cameralens wilt inschakelen.

LENS FLARE
Kies of u camera lensflare wilt inschakelen.
Lensflare verwijst naar een fenomeen waarbij licht wordt verstrooid in een lenssysteem, vaak in reactie op een helder licht, waardoor soms een ongewenst artefact in het beeld ontstaat.

USE GENERIC PLANE MODELS (AI TRAFFIC)
Bepaalt of AI-verkeer alleen generieke en geoptimaliseerde vliegtuigmodellen gebruikt om geheugen en CPU-belasting te verminderen

USE GENERIC PLANE MODELS (MULTIPLAYER)
Bepaalt of multiplayer-verkeer alleen generieke en geoptimaliseerde vliegtuigmodellen gebruikt om geheugen en CPU-belasting te verminderen.


De overige instellingen

Nog even terug naar de instelling van GLOBAL RENDERING QUALITY. Bij wijzigen daarvan laten de ADVANCED SETTINGS verschillende keuzes zien:

SETINGSLOW-ENDMEDIUMHIGH ENDULTRA
TERRAIN LOD2550100200
OBJECTS LOD2550100200
ANISOTROPICOFF4X8X16X
TEXTRURE SUPERSAMPLINGOFF2X24X46X6
SHADOW MAPS768102415362048
TERRAIN SHADOWSOFF2565121024

X-52 Sample


Version 2020-08-27-2019

X-52 KEYBOARD ASSIGNMENTS

SUBSECTIONSEARCH BY NAMEKEYBOARD ASSIGNEDX-52-PRO
AUTOPILOTDECREASE AUTOPILOT REFERENCE ALTITUDECTRL+PGDOWNTHROTTLE 26
AUTOPILOTINCREASE AUTOPILOT REFERENCE ALTITUDECTRL+PGUPTHROTTLE 24
BRAKESTOGGLE PARKING BRAKESCTRL+NUM DECIMALJOYSTICK 14
CAMERA MODE SWITCHESTOGGLE DRONEINSERTJOYSTICK 4
CAMERA MODE SWITCHESCOCKPIT/EXTERNAL VIEW MODEENDJOYSTICK 5
COCKPIT CAMERARESET COCKPIT VIEWCTRL+SPACEJOYSTICK 6
COCKPIT CAMERADECREASE COCPIT VIEW HEIGHTALT+DOWNJOYSTICK Hat1 Down
COCKPIT CAMERACOCKPIT LOOK LEFTSHIFT+LEFTJOYSTICK Hat1 Left
COCKPIT CAMERACOCKPIT LOOK RIGHTSHIFT+RIGHTJOYSTICK Hat1 Right
COCKPIT CAMERAINCREASE COCKPIT VIEW HEIGHTALT+UPJOYSTICK Hat1 Up
EXTERNAL CAMERARESET EXTERNAL VIEWCTRL+SPACEJOYSTICK 6
EXTERNAL CAMERAEXTERNAL LOOK DOWNCTRL+DOWNJOYSTICK 22
EXTERNAL CAMERAEXTERNAL LOOK RIGHTCTRL+RIGHTJOYSTICK 21
EXTERNAL CAMERAEXTERNAL LOOK LEFTCTRL+LEFTJOYSTICK 23
EXTERNAL CAMERAEXTERNAL LOOK UPCTRL+UPJOYSTICK 20
CONTROL TRIMMING SURFACESELEVATOR TRIM DOWN (NOSE DOWN)NUM 7THROTTLE 14
CONTROL TRIMMING SURFACESELEVATOR TRIM UP (NOSE UP)NUM 1THROTTLE 13
SECONDARY CONTROLDECREASE FLAPSF6JOYSTICK 9
SECONDARY CONTROLINCREASE FLAPSF7JOYSTICK 10
FLIGHT INSTRUMENTSDECREASE HEADING BUGCTRL+DELETETHROTTLE 27
FLIGHT INSTRUMENTSINCREASE HEADING BUGCTRL+INSERTTHROTTLE 25
LANDING GEARTOGGLE LANDING GEARGTHROTTLE 8
EXTERIOR LIGHTSTOGGLE LIGHTSLJOYSTICK 13
POWER MANAGEMENT | MIXTUREDECREASE MIXTURESHIFT+CTRL+F2THROTTLE MOUSE WHEEL -/-
POWER MANAGEMENT | MIXTUREMIXTURE INCREASESHIFT+CTRL+F3THROTTLE MOUSE WHEEL +/+
X-52-SAMPLE Version 2020-08-27-2019

X-52-PRO wordt niet herkend


Ga naar Setings | Instellingen

Wanneer de Controller X-52 Pro niet wordt gevonden in Options/Controls controleer je het volgende:
Open STEAM Client en ga naar het Big Picture icon
Ga naar Settings | Instellingen en daar naar Controller Settings
Zet het vinkje bij XBOX uit
Exit Big Picture

De snelste manier: rechtermuis op Microsoft Flight Simulator Kies Eigenschappen en dan Steam input configuratie per spel: Geforceerd uit

CALIBREREN


Voordat je de hardware gaat gebruiken, moet je deze kalibreren. Dat doe je in Windows (met de sim UIT).
Druk op de Windows-key en type CONTROL
Kies Control Panel en daar Hardware and Sound

In Hardware and Sound kies je Devices and Printers

In Devices and Printers zoek je de hardware van de flightsim.

Selecteer met rechtermuis de hardware en dan in de pop-up Game Controller Settings en vervolgens bij Gamecontrollers de gewenste hardware.

Kies Properties van deze hardware en dan Settings in het volgende scherm en daarna Calibrate. Voer de opdrachten van de Wizard uit, pas toe en sluit af.