Multiplay – The Basics


Hello Captains,
deze keer antwoord op een van de meest gestelde vragen over het opzetten van een multi-play verbinding met andere piloten en de problemen die je daarbij kan ondervinden. Niet altijd is de verbinding succesvol of blijft die in stand of je ziet de andere piloten niet.

Je kan met FSX-Steam Edition met andere piloten ‘multi-play-en’, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Met Flight School van Steam kan je niet “samen” vliegen. In een aantal artikelen hierna, in Jip-en-Janneke taal uitgelegd, waarop je moet letten en wanneer het fout gaat.

  • Eerst even de afkortingen en begrippen:
    • FSX, ook wel FS10 is de -2006- Flight Simulator X van Microsoft;
    • FSX-SE: Flight Simulator X Steam Edition on-line software;
    • P3D staat voor Prepar3D;
    • Host: is degene die een multi-play sessie opzet of met een specifieke server daartoe gelegenheid biedt;
    • Client: dat ben jij als je gebruik maakt van de server;
    • LAN: Local Area Network, je thuisnetwerk;
    • WAN: Wide Area Network, het internet;
    • FSHOST: een server applicatie om te multi-play-en
    • FSHOST Client: een applicatie om met FSHOST te connecteren.
    • IvAo: International Virtual Aviation Organization, een on-line platform voor flightsim enthousiastelingen
    • NAT = Network Address Translation

Wie is de HOST en wie is de CLIENT?
Voor het opzetten van een multi-play sessie zal een van de captains als host moeten fungeren en de anderen die zich aanmelden, zijn dan vanzelf cliënt. In FSX-SE kan je op je eigen pc een multi-play sessie als server (ook wel host genoemd) opzetten of er deel van uitmaken als client.

Het gebruik van de lokale PC als host betekent tevens dat de cliënts van dezelfde multi-play-sessie gebruik moeten maken op hun vlieg-pc. Met een Prepar3D-simulator kan je dus niet als cliënt ‘multi-play-en’ met FSX-SE HOST of FSX HOST, maar alleen met een P3D-HOST. Oke? Maar hoe dan wel?

Wanneer je via Internet wilt ‘multi-play-en’  met cliënts die verschillende simulators hebben, gebruiken we als server een applicatie die (hoe toepasselijk) FSHOST heet. Met FSHOST heb je de eerder genoemde beperkingen niet. Je vliegt gewoon  in Free flight en je gebruikt de multi-play van de simulator dus niet. Vlieg je met IvAo, dan ben jij de cliënt en gebruik je de applicatie IvAp om te verbinden met de beschikbare server(s).


Allereerst: de verbindingen.
Multi-play-en doe je via internet of, wanneer je als club bij elkaar op een locatie zit, via een Local Area Network (LAN). Zoek je contact via Internet met een andere piloot, dan noemen we dat Wide Area Network (WAN). Om elkaar te kunnen zien in een multi-play-sessie moet je natuurlijk weten waar die andere pc “woont”, anders komt de communicatie niet tot stand. Net als met het versturen van een pakketje: als je de postcode en huisnummer niet weet, komt het niet op de plaatst van bestemming. Communicatie  tussen pc’s via WAN en LAN vindt ook plaats door middel van ‘packets’ en voor de adressering maak je gebruik van een IP-adres (Internet Protocol-adres). Het WAN IP adres waarmee je bent verbonden met het internet, krijg je toegewezen van je ISP (Internet Service Provider).  In de meest elementaire vorm is de communicatie tussen pc’s via het internet uitgebeeld in dit plaatje:

ftp1Jij bent de Cliënt en in je pc is de Firewall A aanwezig. Een firewall zorgt ervoor dat je pc met een bepaald programma met de buitenwereld kan communiceren en dat je beschermd bent tegen indringers die via internet in je pc willen rondneuzen. De netwerkaansluiting van je pc gaat naar de NAT Router (NAT = Network Address Translation) en vandaar naar de “meterkast”  alwaar de router aansluit op jouw ISP die met het Internet verbonden is.

ftp2

Wat moet je weten over je netwerkaansluiting van je pc.
Allereerst moet je van je eigen pc weten met welk IP adres deze verbinding maakt met internet. Wanneer je geen NAT router hebt, is dat het WAN IP adres en is Computer A rechtstreeks verbonden met bijv. IP adres 12.34.56.78 dat je van je ISP hebt toegewezen gekregen.

Deze situatie zal je niet zoveel meer tegenkomen, omdat tegenwoordig iedereen wel iets draadloos heeft of met een vaste bedrading heeft aangesloten. Kortom: iedereen met internet in huis heeft een router en een aansluiting tussen de router en het kabelmodem van je ISP. Soms is het kabelmodem en router in een apparaat. Het WAN IP-adres wordt door je internet provider toegekend. Dit WAN IP adres kan (hoeft niet) iedere dag verschillend zijn. Dan heb je een zogenaamd dynamisch IP-adres. Of je hebt ooit een vast IP-adres aangevraagd, dan heb je een statisch IP-adres. In beide gevallen wordt het signaal van je internet provider aan je pc fysiek gekoppeld met een UTP kabel. Heb je geen router dan gaat deze kabel direct in de netwerkaansluiting van je pc. Anders gaat deze internetverbinding naar de WAN aansluiting van je router.

Wanneer je wel een router hebt, communiceert je pc met het LAN IP-adres, bijv. Computer A met IP adres 192.168.0.100. De IP adressen worden door de NAT Router ‘uitgedeeld’ aan de aangesloten netwerkkaart die in de computer zit. De router zelf heeft IP adres 192.168.0.1 en deze ‘koppelt’ de lokale IP adressen aan het WAN IP adres, zodat je op iedere pc verbinding hebt met internet. Tot zover Jip-en-Janneke.


Welke IP adressen heb ik in huis en wat is mijn WAN IP adres?
Deze vraag is simpel te beantwoorden. Klik HIER en lees uit.

Wat is mijn LAN IP adres van de vlieg-pc?
We gaan er even vanuit dat je nu achter je vlieg-pc zit met Windows 10. Maak voor een iedere dag controle een snelkoppeling aan op je bureaublad met de inhoud cmd /k ipconfig. (Let op de spaties). Je hebt dan met een klik de lokale IP situatie te pakken!

ipconfig-1

Op je bureaublad: rechter muis – Nieuw – Snelkoppeling en type cmd /k ipconfig. Druk op Next en geef de naam IPCONFIG, druk op Finish

ipconfig-2

ipconfig-3Klaar? Klik op de snelkoppeling en je krijgt dit:
(maar dan met jouw eigen gegevens natuurlijk).
Kijk bij IPv4 Address [192.168.1.15] en bij
Default Gateway [192.168.1.1]

ipconfig-4

In dit voorbeeld is de vlieg-pc verbonden met het lokale IP adres 192.168.1.15. Het IP adres dat is afgebeeld als Default Gateway is het IP adres 192.168.1.1 waarmede straks toegang tot de router krijgen.

De poorten in de router
Om met applicaties wederzijds tussen cliënt en server te kunnen communiceren, is er een communicatie protocol. Als je verbinding maakt met een server wil dat nog niet zeggen dat je met hem kan ‘praten’…je ziet hem wel, maar je hoort hem niet. Daarvoor moeten er bepaalde communicatiepoorten in de router worden open gezet om de binnenkomende signalen door te laten. De firewall-instellingen in je pc worden voor applicaties in principe open gezet bij installatie, alleen de poorten in de router staan standaard dicht! Je komt er dus wel uit, maar vanaf ‘buiten’ kom je er niet in.

ipconfig-5Met een router in een netwerk kunnen er binnenkomende signalen doorkomen, mits in de router de poorten die behoren bij de applicatie “open staan”.  De meest voorkomende poortnummers die gebruikt worden voor flightsimulation zijn o.a: 6073, 2300-2400, 23456 en 6112-6122. Deze poorten van de router moeten dus toegankelijk zijn voor verbindingen van buiten af en dus moet dit poortnummer of poortreeks gekoppeld (ge-forward) zijn aan het lokale IP adres van je vlieg-pc.

In het volgende artikel Router poorten configureren gaan we daar mee verder aan de slag.